Music Business: Indie Labels

Naast de major platenmaatschappijen is er nog een gedeelte van de muziekmarkt voor de independent labels. Dit zijn de kleinere platenmaatschappijen met over het algemeen een beperkt marketing en productiebudget. Het grote verschil tussen major en independent is dat de indie labels vaak vanuit een passie voor muziek ontstaan en minder vanuit commercie. Kleinere platenmaatschappijen hechten meestal meer waarde aan het uitbrengen van kwaliteitsmuziek voor een kleinere groep muziekliefhebbers. Major labels denken meer in producten en winst maken met grote marketingbudgeten. 

Dit gaat vaak ten koste van de creatieve vrijheid die een artiest of band heeft. Een band die experimentele progressieve psychedelische avant-garde art rock wil maken is bij een major label aan het verkeerde adres. De totale afzetmarkt voor complexere genres is immers heel klein, maar de kwaliteit van de muziek in deze genres kan heel goed zijn. Artiesten en bands die bij een major tekenen moeten regelmatig wat compromissen sluiten. De muziek die ze uit gaan brengen moet zoveel mogelijk bij de massa in de smaak vallen. Daarnaast wordt er door de marketingmachine van een major ook sterk over de doelgroep, het imago, de styling en het repertoire van een artiest nagedacht. Dat is precies wat veel bands en artiesten niet willen. De punk scene eind jaren 70 is voor een groot gedeelte ontstaan uit protest tegen kapitalisme, commercie en muzikaal gezien tegen de popmuziek en de marketingmachines erachter. 

Green Day, de punkband die al sinds 1986 actief is bracht hun debuutalbum 39/Smooth en het tweede album Kerplunk uit op het indie label Lookout!. Het grote succes kwam echter pas in 1994 met de release van Dookie. Dit is het eerste album dat Green Day uitbracht op het major Reprise label, onderdeel van Warner Bros. De overstap naar een major label zorgde voor veel verontwaardiging onder de punkfans en de band kreeg de stempel “Sell outs!”. Zo zijn er nog een aantal punk bands die op een indie label begonnen, maar later in hun carrière zijn overgestapt naar een major label.  De vraag is ook, zou Green Day met het Dookie album op een indie label net zo succesvol zijn geweest? De enorme marketingbudgeten en de luxe positie die een major label destijds binnen de industrie had zorgde in veel opzichten voor een groot voordeel voor Green Day. Het is begrijpelijk dat ook punk bands deze keuze maken, ook al is het binnen hun scene ‘not done’.

Beggars Group
Beggars Group, opgericht in 1979, is één van de grotere indie labels binnen de muziekindustrie. De groep is actief in Los Angeles, New York City en Londen. Onder de Beggars Group zitten meerdere labels. Het label 4AD met bands als The National, Grimes en Beirut. Het label Matador met bands en artiesten als Belle and Sebastian, Cat Power en Yo La Tango. Het label Young Turks met bands als The XX, Broken Records en Wavves. 

Daarnaast is het kleinere XL Records ook onderdeel van de groep. Het label brengt gemiddeld maar zes releases per jaar uit, maar hebben wel albums van Adele, Radiohead, Jack White en The Prodigy in hun catalogus. Het label is dus met slechts een paar releases per jaar toch zeer succesvol. Verder is het iconisch Rough Trade records ook onderdeel van de Beggars Group. Het Rough Trade label werd in 1978 opgericht in Londen en kreeg door de jaren heen een cultstatus binnen de muziekindustrie. Rough Trade bands als The Libertines, The Smiths en The Strokes brachten zeer succesvolle albums uit onder dit label. Rough Trade begon in 1976 als platenzaak in West London en kreeg daarna een grotere platenzaak in East London gevolgd door winkels in New York City, Nottingham en Bristol.

Het label 4AD is voor 100% van de Beggars Group. De overige labels zijn voor 50% van de groep. Beggars doet voor deze labels voornamelijk de distributie.

SST Records
Greg Ginn, voormalig gitarist en songwriter van de punkband Black Flag, begon in 1978 het invloedrijke label SST Records. Veel underground punkbands gingen eind jaren 70 en begin jaren 80 meer richting de alternatieve rock. De hoogtijddagen van de punk waren voorbij en veel bands uit de scene gingen op zoek naar muzikale diversiteit. Bands als Hüsker Dü, Minuteman en Meat Puppets gingen experimenteren met langere complexere nummers in plaats van de standaard 2 minuut durende hardcore punk nummers. 

In 1984 bracht Hüsker Dü op SST Records het post-hardcore album Zen Arcade uit. Dit album heeft een legendarisch status gekregen en is het best te omschrijven als een trash punk opera. De meeste tracks op het album zijn nog traditioneel punk rond de 2 minuten, maar de band sluit het album af met het bijna 14 minuut durende Reoccuring Dreams. 

Een andere legendarisch release op het SST label is Double Nickels on the Dime van de band Minutemen. Dit album werd eveneens in 1984 uitgebracht en bevat een opmerkelijke combinatie van alternative rock, post-punk met country, funk en jazz. Minutemen behandeld verschillende thema’s op het album variërend van de Vietnam oorlog tot racisme in Amerika en de problemen van de working class binnen de maatschappij. 

SST Records heeft naast de punkbands als Bad Brains, Black Flag en Descendents ook albums van Sonic Youth, Dinosaur Jr. en Soundgarden uitgebracht. SST heeft veel albums die door de jaren heen een cultstatus hebben gekregen.    

Epitaph Records
Een andere grote independent platenmaatschappij binnen de punk is Epitaph Records. Het label werd in 1980 opgericht door Bad Religion gitarist Brett Gurewitz. In de beginjaren bracht het label enkel albums van Bad Religion uit, maar dat veranderde snel. Het grote succes kwam eind jaren 80 en in de jaren 90. NOFX bracht in 1989 het album S&M Airlines uit op Epitaph. Bands als Pennywise en Rancid tekenden begin jaren 90 bij het label. Een keerpunt voor Epitaph was de release van het album Smash van The Offspring.

In de documentaire One Nine Nine Four over de Amerikaanse westcoast punkscene verteld Brett Gurewitz dat hij in de auto naar de afgemixte master van Smash aan het luisteren was. Het nummer Self Esteem kwam voorbij. Ondanks dat hij al in de buurt van zijn huis was bleef hij rondjes rijden om het nummer keer op keer te luisteren. Na 11 keer luisteren liep hij zijn huis in en zei tegen zijn  vrouw “Honey, I think we’re gonna be rich”. Niets was minder waar. Het album Smash van The Offspring werd meer dan 6 miljoen keer in Amerika verkocht en meer dan 12 miljoen keer wereldwijd. Het album werd 6x platina.

Op het Epitaph label zitten momenteel nog steeds voornamelijk punk en emo bands. In 1999 startte het bedrijf het sublabel ANTI. Dit sublabel heeft een gevarieerder aanbod met Hip Hop, Country, Soul en Indie bands. Op ANTI zitten artiesten als Kate Bush, The Black Keys en Tom Waits. In 1997 richtte Rancid frontman Tim Armstrong samen met Brett Gurewitz het label Hellcat op. Dit label is nog steeds onderdeel van Epitaph en richt zich voornamelijk op Ska, Oi! en Harcore punk. Op Hellcat zitten bands als de Dropkick Murphy’s, The Interrupters en uiteraard Rancid.

Het hoofdkantoor van Epitaph staat in Los Angeles. In Amsterdam zit het kantoor van Epitaph Europe.

Mute Records
In 1978 werd het Mute Records label opgericht door Daniel Miller. De Londense Miller  bracht onder artiestennaam The Normal een paar synthpop nummers uit. De producer werd gefascineerd door de filosofie dat je als punkband eigenlijk maar 3 akkoorden nodig hebt om meerdere punknummers te schrijven. Hij besloot een Korg 700 synthesizer aan te schaffen met het idee dat hij waarschijnlijk maar 1 toets nodig had om een nummer te maken en dat lukte. De eerste release van Mute Record was dan ook een single van The Normal met 2 nummers T.V.O.D. en Warm Leatherette. Beide nummers zijn zeer minimalistische synthpop. Grace Jones coverde Warm Leatherette op haar gelijknamige album in een art pop new wave versie. 

Mute begon in de eerste instantie enkel met het releasen van singles. Alle singles van Mute Records kregen de prefix catalogus code MUTE. Het label brengt nog steeds met enige regelmaat fysieke singles uit. De totale single catalogus bestaat ondertussen uit bijna 600 releases. Eén van de recentere singles “Iona” van Ben Froste heeft nummer MUTE 579.

De eerste album release van het label was Die Kleinen und die Böschen van de Duitse electropunk band D.A.F. (Deutsch Amerikanische Freundschaft). Het album werd uitgebracht in 1980 en kreeg de cataloguscode STUMM 1, wat eigenlijk een Duitse vertaling is van MUTE. Na de release van D.A.F. volgden er veel andere album releases op het label. Mute Records heeft een aantal prominente bands waaronder Nick Cave and the Bad Seeds, Depeche Mode en New Order. Eén van de recentere releases is NOMC15 van New Order, heeft catalogus code STUMM 420 en is hiermee dus de 420e album release van het label. Mute Records is een independent label, maar maakt voor de distributie van hun albums gebruik van Alternative Distribution Alliance van Warner Music. Naast Mute Records heeft het bedrijf ook nog diverse sublabels.

Ook indie labels hebben het niet heel makkelijk in de muziekindustrie. Doordat er over het algemeen weinig budget is bij onafhankelijke labels zijn ze vaak klein georganiseerd. De meeste independent labels hebben een klein team waarbij elke medewerker meerdere taken heeft. Ondanks dat een indie label meestal een loyale groep klanten heeft is het toch lastig om winst te blijven maken. Voordeel van indie labels is dat ze meer merkwaarde hebben dan een major label. De klantenkring vertrouwd op de kennis, kwaliteitskeuring en bandkeuze van de mensen achter een label. Toch zijn er veel legendarisch indie labels die uiteindelijk zijn verkocht aan een major. De major maatschappij ziet een overname dan als een investering in een merknaam. Bekende labels als bijvoorbeeld Def Jam en Motown zijn door de jaren heen regelmatig overgenomen en momenteel onderdeel van één van de Majors. 

This entry was posted in All, Muziek.